Documentatieoverzicht
Terug naar Documentatie

Stationinstellingen

Je eerste station configureren

Stations bepalen waar en hoe apparaten in Checkup worden verwerkt.

Wanneer je eerste workspace wordt aangemaakt, maakt Checkup automatisch ook een standaardstation aan.

Voordat je apparaten gaat verwerken, raden we aan het station een herkenbare naam te geven en de configuratie te controleren.

Je stationinstellingen openen

  1. Ga naar Verwerking > Stations.
  2. Zoek het station dat je wilt configureren.
  3. Klik aan het einde van de stationrij op het menu met de drie puntjes.
  4. Selecteer Bewerken.

Het venster Station bewerken wordt geopend.

De naam van het station wijzigen

Geef elk station een duidelijke naam, zodat gebruikers gemakkelijk kunnen herkennen waar apparaten worden verwerkt.

  1. Open Station bewerken.
  2. Werk de Stationnaam bij.
  3. Klik op Opslaan.

Je kunt stations een naam geven op basis van locatie, werkplek, team of doel.

De stationconfiguratie controleren

Het venster Station bewerken bevat ook de verwerkingsopties die door dat station worden gebruikt.

Afhankelijk van je configuratie kun je instellingen controleren zoals:

  • Gradingprofiel
  • Automatische activering voor iOS-apparaten
  • Automatische app-installatie
  • Automatische app-verwijdering
  • Automatisch labels afdrukken

Controleer de instellingen die je wilt gebruiken en klik op Opslaan wanneer je klaar bent.

Je station initialiseren

Zodra je station is geconfigureerd, kun je het initialiseren wanneer je klaar bent om apparaten te verwerken.

Ga naar Verwerking > Stations en klik naast het station dat je wilt gebruiken op Initialiseren.

Als Checkup Agent nog niet is geïnstalleerd, download het dan voordat je de verwerkingssessie start.

Checkup Agent downloaden →

Als Checkup Agent is geïnstalleerd maar niet wordt gedetecteerd, raadpleeg dan:

Agent niet gedetecteerd →